importer
importeur, invoerder
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
importeur, invoerder
verdovend middel; informatie; domkop
verdrijving, uitwerping, (ambts) ontzetting
stimulus, prikkel
ventilator; waaier; aanhanger, supporter; liefhebber, bevorderaar, vriend
vet
fax zenden
koord; veter; schoenveter; sterke drank die men toevoegt aan eten of drinken
architectuur; (in computers) de manier waarop een computer netwerk of een computer met bijbehorende onderdelen is samengesteld
onjuist, niet precies; onbehoorlijk; niet netjes, niet korrekt