ströme
stroom, rivier, ( stort ) vloed
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
stroom, rivier, ( stort ) vloed
verandering van lucht
bewijs van onvermogen, brevet van onvermogen
oscillator
nieuwe verkiezing
zeepkistrace
goedmaken, ongedaan maken
( dak ) vorst, nok
beschouwelijk, ingetogen, stemmig
boeren, oprispen