unhomogenised
ongelijksoortig, niet homogeen (iets waarvan de verschillende onderdelen niet verenigd zijn)
ongelijksoortig, niet homogeen (iets waarvan de verschillende onderdelen niet verenigd zijn)
Risicovrije
dekzeil; kap, zonnescherm, markies
hommel die niet steekt, dar; onbemand vliegtuig dat gevlogen wordt door langeafstandsbediening; monotoon, laag en aanhoudend zwak geluid; gezoem, gegons; (Muziek) doedelzak zonder vingergaten die een toon voortbrengt, baspijp; leegloper, iemand die lui is
genoegdoening, schadeloosstelling, compensatie
opbouwen {iets nieuws}
nevelig; troebel; vaag
Angiotensine
spiegelbeeld
vuil, vervuiling