intransitive verb
onovergankelijk werkwoord
onovergankelijk werkwoord
voorafgaand
Tribologie
lispel, onjuist uitspreken van letters “s” en “z”
onkruidbestrijdingsmiddel, herbicide
oppervlakkig
Zee muis
een ei leggend (per keer)
oogholte, oogkas; klein gat, als in een naald, waardoor de draad wordt gehaald
Gevulde champignons