regulated
reguleren; richten; regelen
reguleren; richten; regelen
Infantile amaurotic onnozel.
herbergen, onderdak verlenen; koesteren (gevoelens)
beurt, opruiming; veger, stoffer; zwaai, slag, draai, bocht; schoorsteen/ straatveger
Tijdens lezingen
zoetelijk
voorbijgaand; overgaand
De rivier tocantins
wonen, zetelen
in de schede steken, opsteken, (in)steken; bekleden