verdichtend
verdichten, comprimeren, samenpersen
verdichten, comprimeren, samenpersen
gebitverzorging, tandverzorging
opruien, opstoken, ophitsen
treffen, frapperen, verbazen
amuseren, vermaken, plezier doen
verlicht, vrijzinnig
gemoedsaandoening, gemoedsbeweging, emotie
zedeloos, losbandig, amoreel
vervalsen, verkeerd voorstellen
onuitputtelijk