stecktest
steken, zitten, zijn, zich bevinden
steken, zitten, zijn, zich bevinden
overlaten, laten staan
lelijk, niet mooi
losmaken, losbinden
vertrouwensman, vertrouwenspersoon, trustee
ongemotiveerd, ongegrond
betasten, aanraken
topruiter
net, netjes, keurig, ordelijk
suizen, gieren