unsagbarem
onbeschrijfelijk, onuitsprekelijk, onnoemelijk
onbeschrijfelijk, onuitsprekelijk, onnoemelijk
bezienswaardig
narcotiseur, anesthesist
infecteren, besmetten
vraatzuchtig, gulzig
in ( een ) storten, ineenzinken, bezwijken
brandnetel
kilometerstand
gemotoriseerd verkeer
indelen, ( onder ) verdelen