fussiness
(overdreven) drukheid; pietluttigheid, moeilijk zijn
(overdreven) drukheid; pietluttigheid, moeilijk zijn
christelijke gebeden en vastendagen
tastbaarheid
vreemd, zonderling; getikt, kierewiet, geschift, dwaas (Slang)
Ethyl-groep
verlopen, verstrijken; sterven
gastheer (ook in computers); (ook) parasiet; groot aantal, hoeveelheid; leger; (in computers) gastgevende computer, een computer die diensten verleent aan andere computers; heilig brood
einde, afloop
levensvreugde
Zakelijk adres