stirred
oproeren; oproer veroorzaken; roeren; gevoelens opwekken; rondlopen
oproeren; oproer veroorzaken; roeren; gevoelens opwekken; rondlopen
schaatsenrijden (bij rolschaatsen, schaatsen, etc.)
Geslacht davallia
alliteratie; beginrijm, stafrijm (met dezelfde klank in opeenvolgende woorden beginnen)
Overdekte bank
(Slang) zonnebril
vuurvaste klei
Departement Wiskunde
kindermoord(enaar)
Jog draven