junior
junior, de jongste, jong; jonger; jongste zoon; de laagste klas (op school)
junior, de jongste, jong; jonger; jongste zoon; de laagste klas (op school)
Achterrand four O’Clock
Oogziekte
vrachttrein
beroven, bezetten
op disproportionele manier
levendig
Cursus
filet van vlees of vis (voedsel)
Love-in-a-nevel