badigeonnaient
wassen; schoonmaken; afwassen;…
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
wassen; schoonmaken; afwassen;…
preken; redevoering houden; zedenpreken
lummelen
gesticuleren, gebaren
slagen; opvolgen, volgen; in plaats van…
vracht lossen; uitwerpen, uitscheiden;…
steunen bouwen
splijten; splitsen; verdelen; delen;…
mannelijk; potent
samenzweerderig