convoyeur
vervoerder; transporteur
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
vervoerder; transporteur
samenkomen; in val zetten; in gemeenschappelijk fonds storten
praten, keuvelen, kouten
lager maken, zachter maken; verminderen,…
Gekoppeld
tonen, laten zien; duidelijk maken;…
belasteren; lasteren
smeken
smeren; doen laten glimmen, boenen
(over)verzadigen; overladen; overvoeren…