profits
winst maken, winnen; profiteren
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
winst maken, winnen; profiteren
geboorte; reproduktie; kringloop, omloop
slapen; uitrusten; liggen (- met)
vullen; invullen; verzadigd zijn; vullen…
achteraanrennen; streven naar;…
kruiscontrole, contracheck; (Sport) op…
helpen, bijstaan
rood-bruin, rossig
spraakzaamheid
verhelderen; reinigen; ophelderen