multilingue
meertalig
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
meertalig
vereisen, eisen; navragen
suffiks
wassen; schoonmaken; afwassen;…
het op zijn aangezicht neervallen; knieval, voetval; neerwerping, omverwerping, diepe vernedering (ook van zichzelf); verslagenheid; grote zwakte, uitputting
vlek, smet, veeg; uitstrijkje…
zuchten; verlangen; smachten
korst, broodkorst
het gevoel voor richting ontnemen,…
verdubbelen, herhalen