prepare
bereiden; voorbereiden; maken; klaar zijn om (overeenstemmen; vooral de actie); doen
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
bereiden; voorbereiden; maken; klaar zijn om (overeenstemmen; vooral de actie); doen
parafraseren, vrij weergeven
silhouet, schaduwbeeld
verandering, omzetting; verandering of bekering (van religie, politieke partij, enz.); omzetting (van geld, enz.)
bisschoppelijk
gelijke afstand
plastiek (materiaal vervaardigd uit polimeren dat makkelijk te vormen is door gebruik van een warmtebron, bijprodukt van petroleum)
feestelijk
Pasteur (Louis, Franse bioloog en chemicus, uitvinder van de Pasteurtechniek)
ophangen; hangen aan; uitstellen; tijdelijk ontslaan