voyagiez
reizen, tocht maken
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
reizen, tocht maken
er uit gaan, naar buiten gaan,weg gaan
vangen; grijpen; betrappen; nemen, halen
niet waarderen, een slechte opinie…
clausule; bijzin (in grammatica)
overvliegen
zwak; zwakjes; slap; dun; gedempt;…
etiketteren, labelen; bestempelen als
bijwoordelijk
verzamelen; verzamelen; binnenhalen;…