pack
pakket; pakje; horde; troep, zwerm; groep; verband; zalf
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
pakket; pakje; horde; troep, zwerm; groep; verband; zalf
leiding geven, besturen; instrueren; gidsen, de weg wijzen
klokketoren (in kerk)
vrijspreking
rechtvaardigheid; eerlijkheid; wet; rechtszaak; rechter
visioen van de toekomst, Apocalyps, chaotische tijd; openbaring
uitlachen, bespotten
te overschrijden
terrein, oppervlakte, grondvlakte
territoriaal, provinciaal, landelijk, van het distrikt