impact
invloed; indruk;botsing tussen twee voorwerpen; slag; kontakt; schok
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
invloed; indruk;botsing tussen twee voorwerpen; slag; kontakt; schok
vergadering; bijeenkomst; zitting; semester
desperado: dolle waaghals, niets ontziend, roekeloos persoon
haarband
plannen, een plan maken
bepaler (in grammatica)
weelderig, welig, tierend; algemeen heersend
aandrift, opwelling, impuls; drijfveer; stimulans, prikkel; stoot
bebouwbaar; ploegbaar
viola (oud snaarinstrument, soort viool)