deficit
gebrek, gemis; tekort, deficit
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
gebrek, gemis; tekort, deficit
Malus (Frans fysicus, wet van optica op zijn naam)
iemand die (rede) twist, verschil van mening
specimen, monster, staaltje
vruchten dragen; vruchten doen dragen
actualiseren, actueel maken, realiseren, verwezenlijken, volbrengen, verwerkelijken (ook “actualize”)
handig, pienter
Verbinden door middel van contract
als een boemerang fungeren
(gelaats(trek; kenmerk, kenteken