transfusion
transfusie
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
transfusie
florist, eigenaar van een bloemen zaak
meerderjarige; majoor (mil.); hoofdvak (v. studie); hoofdvakstudent (AE)
boerenpummel
rouwdouw; ruwe klant
vlak; effen
planten
snel de helling afglijden (in ski)
flirten, koketteren; spelen met; kortstondige belangstelling tonen
gezwel, tumor (in het lichaam)