rades
wiel; rad; stuur; omweg; omdraaiende…
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
wiel; rad; stuur; omweg; omdraaiende…
versiering van pilaar; zoon van gemengd ras (van neger en mulaat of neger en indiaan)
buik
filet van vlees of vis (voedsel)
handicap, nadeel
vooruitgang; ontwikkeling; kolom (van cijfers, wisk.)
och kom
Zombie (een dode die levend is geworden; dood lichaam beheert door een bovennatuurlijke kracht; bijnaam voor een dromerig en apathisch persoon)
onkundig; agnostisch
stage; podium