banalsten
banaal
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
banaal
uitpakken, zijn gemoed luchten
inlijven, annexeren
ongenaakbaar
aanvallen, attaqueren
persoonlijk, individueel, privé
door opvoeding eigen maken, meegeven
slecht, misselijk, moeilijk, bezwaarlijk
vuil worden, vervuilen
goed