module
module (onderdeel, deel, assemblage); (in computers) een stuk programmatuur dat onafhankelijk kan lopen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
module (onderdeel, deel, assemblage); (in computers) een stuk programmatuur dat onafhankelijk kan lopen
hoek
Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom we het woord ‘isolatie’ voor zoveel verschillende situaties gebruiken? In de kern betekent isoleren het afzonderen of afschermen van een bepaalde invloed, maar in de context van wonen en bouwen dekt de vlag meerdere ladingen. Waar de één denkt aan het vasthouden van warmte tijdens een strenge winter, … Lees verder
Susteren
Beleefdheid; goed gemanierd zijn
emoticon (op internet), geeft gevoelens en menselijke uitdrukkingen weer in vorm van gezichtsuitdrukking (zoals smily)
programmeren, plannen; een systeem van werkzame instructies voor een computer (Computers); leveren van een set van vooraf geschreven instructies aan een computer of andere machine
alt (in de muziek – een hoge jongen- of vrouwenstem)
albe; witte mantel van priester
pseudoniem