module
module (onderdeel, deel, assemblage); (in computers) een stuk programmatuur dat onafhankelijk kan lopen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
module (onderdeel, deel, assemblage); (in computers) een stuk programmatuur dat onafhankelijk kan lopen
hoek
isolatie; quarantaine
Susteren
Beleefdheid; goed gemanierd zijn
emoticon (op internet), geeft gevoelens en menselijke uitdrukkingen weer in vorm van gezichtsuitdrukking (zoals smily)
programmeren, plannen; een systeem van werkzame instructies voor een computer (Computers); leveren van een set van vooraf geschreven instructies aan een computer of andere machine
alt (in de muziek – een hoge jongen- of vrouwenstem)
albe; witte mantel van priester
pseudoniem