cello
cello (muziekinstrument)
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
cello (muziekinstrument)
pH – zuurgraad (waterstofexponent) v.e. oplossing
inspiratie; inval, ingeving
verteller; kasbediende
taboe, ban, verbod
Salat.
rachitis, Engelse ziekte
blitzkrieg; hevige luchtaanval; actie, campagne
scharnieren; draaien om
slimme/goede zet; staatsgreep