impressed
indruk maken; een indruk achterlaten; de indruk geven (dat), beklemtonen, nadruk leggen; uitbeitelen, inhouwen; (be)stempelen
indruk maken; een indruk achterlaten; de indruk geven (dat), beklemtonen, nadruk leggen; uitbeitelen, inhouwen; (be)stempelen
stank
oneerlijk, onrechtvaardig
hellend zwaard; inlijsting van edelsteen of klok
Hoofdstad van Nepal
bloedverwant
gegeseld (in biologie)
truc, list, foefje
machinerie; wapens, oorlogsinstrumenten
ontvetten