verdammen
verdoemen, veroordelen, vervloeken
verdoemen, veroordelen, vervloeken
onoplosbaar
verheerlijken, in de hoogste mate prijzen
lelijk, niet mooi
humoristisch
dukaat
onverschrokken, onbevreesd, onvervaard
onverwoestbaar
nietsvermoedend, onwetend, argeloos
ondraaglijk, niet ( meer ) te dragen, niet ( meer ) op te brengen