dabeizuhaben
bij zich hebben, meegebracht hebben
bij zich hebben, meegebracht hebben
lafaard
doorhakken, doorsnijden, kappen
geruststellen, kalmeren, tot bedaren brengen, stabiliseren
duurzaam
medelijden hebben met, te doen hebben met, beklagen
garanderen, waarborgen
zonder klank, klankloos, toonloos, dof
uitwateren
herhaald, hernieuwd, tweede