aufwiegle
opruien, ophitsen, opstoken
opruien, ophitsen, opstoken
beëindigen, afmaken, besluiten, voltooien
kalender, almanak, agenda
rentevoet, rentestand, rentetarief
chaotisch
gaan samenwonen
vruchteloos, ( te ) vergeefs, nutteloos
onbewogen, ongeroerd, onaangedaan
aankomen, arriveren
verstandig, met verstand