zerschmettern
verbrijzelen, verpletteren, vermorzelen
verbrijzelen, verpletteren, vermorzelen
lichtzinnig
zweer, verzwering
onopzettelijk, onbewust, uit onwetendheid
egocentrisch
met de zweep afranselen
versjacheren
( verend ) opvangen, de schok breken
afslijpen, wegslijpen, gladslijpen
uitfluiten