deponiertet
deponeren, neerleggen, neerzetten
deponeren, neerleggen, neerzetten
vertrouwelijk, niet bang, niet schuw
collegezaal
wanhopen, vertwijfelen, wanhopig worden
los werk
dorpsbewoner, dorpeling
weldoener
vrolijk, plezierig, grappig, lollig
luchtverkeersbeveiliging
statig, imposant, deftig, indrukwekkend