verdankend
te danken hebben
te danken hebben
kalmeren, sussen, paaien, tot bedaren brengen
effectpauze, opzettelijke pauze
gezwollenheid, hoogdravendheid, overladenheid, bombast
verzadigen
klasgenoot, klaskameraad
opgieten, zetten
twijfelachtig, onzeker
alibi
voorbede, voorspraak