taut
strak, gespannen (v. touw, spier)
strak, gespannen (v. touw, spier)
Rode bessen
tegenstrijding
opmonteren, iemand opvrolijken, iemand geruststellen, iemand helpen zich minder depressief of bezorgd te voelen
Gecomputeriseerde axiale tomografie
tuinfeest
gloeiend; heet
slot, samenvatting; uiteindelijke opname, vervolmaken
waggelen, wankelen, suizebollen; versteld doen staan; zigzag of trapsgewijze plaatsen; spreiden
Japanse vruchtboom