mellow
zoet, zacht, rijp (fruit); vol, aangenaam (geluid of stem); hartelijk; aardig; onder de invloed zijnde (van drank of drugs)
zoet, zacht, rijp (fruit); vol, aangenaam (geluid of stem); hartelijk; aardig; onder de invloed zijnde (van drank of drugs)
goedkoop
treuzelaar, slenteraar
maagzweer, zweer; korruptie
venkel (plantkunde)
contra-indicatie (tegenstrijdige regel)
alle soorten grof onkruid of plant met stekelige zaadhulsels; kliskruid, plant met stekelige klevende zaadhulsels
schreeuwen, gillen; fluiten (wind)
krijsen, in doordringend gillen uitbreken, gillen, schreeuwen; een krassend geluid maken
bedachtzaamheid; vriendelijkheid