healer
genezer
genezer
voorbijgaan, passeren; aangeven; slagen; inhalen; goedkeuren
hemisferisch (halve bolvorm; van aardehelft; van hersenhelft)
afscheiding (van verbindingen)
onmiddellijk
(op)glanzen, polijsten
langs; voorbij
genezen; helen; genezen (van een wond)
Naaimachientje stitch
Engelse edelman; aanspreektitel voor een Engelse Lord