put down

neerzetten, neerleggen; noteren, opschrijven; landen (v. vliegtuig); onderdrukken (opstand); (dier) uit zijn lijden helpen; afzetten (passagiers); kleineren

peeper

iem. die vluchtig kijkt,; gluurder; iemand die naar sexhandelingen of geslachtsorganen van anderen gluurt; dieren die schellen geluiden maken; (Slang) oog

jacks

hefboom, vijzel, krik, stut, (zaag)bok; (kaartspel) boer; kerel; ezel

double-tongued

vals, niet oprecht, oneerlijk, niet eerlijk; niet loyaal; hypocriet