antagonise
ophitsen, zich tot vijand maken, doen haten; vijandigheid kweken, iemand tegen zich in harnas jagen; tegenwerken, bestrijden (ook “antagonize”)
ophitsen, zich tot vijand maken, doen haten; vijandigheid kweken, iemand tegen zich in harnas jagen; tegenwerken, bestrijden (ook “antagonize”)
lusteloosheid, hangerigheid, slapheid
diepvriezer; diepvriezen
antagonisme; tegenstelling
Bloed berry
Van Bogaert encefalitis
steken, porren; stoten, stompen
uitsteeksel, tand, punt; dronkenheid; aanval (eet-, huil-, enz.)
Buitenlandse inlichtingendiensten surveillance court
vast (blijven) zitten, blokkeren, vastraken; dringen; jammen; vastzetten, klemmen. knellen