interpret
tolken; interpreteren, uitleggen, opvatten; vertolken; (mondeling) vertalen
tolken; interpreteren, uitleggen, opvatten; vertolken; (mondeling) vertalen
het nagelbijten
dubbele ruimte
gespannen; geordend
Fag uit
hazelaar; hazelnoot
op proeftijd, van proef
goede gezonde manier
netto; schoon (gewicht – winst – salaris enz.)
oorlog zondewr gebruikmaking van explosieven’biologische en/of high-tech virussen gebruikt als strijdwapens