jamming
vast (blijven) zitten, blokkeren, vastraken; dringen; jammen; vastzetten, klemmen. knellen
vast (blijven) zitten, blokkeren, vastraken; dringen; jammen; vastzetten, klemmen. knellen
Laptev zee
symfonisch orkest
neerhalen (v. vliegtuig)
Retinale loslating
Engelse mensen
Negen gebandeerd armadillo
opnieuw ontwerpen
Tarquin de trotse
alleen, op zichzelf, zonder hulp