perspective
gezichtspunt; uitgangspunt; verhouding
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
gezichtspunt; uitgangspunt; verhouding
luisteren; horen
straalt, gaat omhoog, stijgt
hortend, stotend, schokkend, schuddend
vrolijk; bont
zinken; afdalen, minder worden; kalmeren
vergroten, uitbreiden
theorie ontwikkelen, theoretiseren,…
vullen; invullen; verzadigd zijn; vullen…
nestelen; bewonen; vasthouden