incendierons
ontslaan; aansteken; vuren; lossen;…
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
ontslaan; aansteken; vuren; lossen;…
ontsmetten, zuiveren
(heen)glijden, scheren; vluchtig…
vegen; opvegen; voeren; schrijden
beknibbelen, karig zijn
overdrijven; overschatting; overdreven…
uitpuiling
(in)drinken, op-, inzuigen, (in zich)…
wonen, vestigen
gulzig, hebzuchtig, begerig