festoyèrent
uit eten gaan; feesten
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
uit eten gaan; feesten
stichten, oprichten; baseren
grijpen; vast pakken; kapen
pesten; prikkelen; opwekken; ophitsen
belemmeren, verhinderen, wegnemen
rangschikken, ordenen; regelen
met cijfers, digitaal
uitgestrektheid, streek; (spijsverterings)kanaal, (urine)wegen; traktaatje, verhandeling
een schuilplaats vinden
buik