jongler
jongleren; goochelen; oplichten;…
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
jongleren; goochelen; oplichten;…
kermen, kreunen; klagen, jammeren
retrospectief, terugblikkend
slingeren, zwaaien, schommelen
uitroepen, schreeuwen
microcosmos
ridder; ruiter; paard (in schaken); edel
niet vriendschappelijk
het zweten
inclusief invoerrechten