charpenter
bouwen; samenstellen, assembleren
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
bouwen; samenstellen, assembleren
oplichten, misleiden
angstig zijn, vrezen
vriezen; doen bevriezen, invriezen,…
vernietigen
kappen; omhakken
scheidsrechter, rechter, bemiddelaar,…
(over)verzadigen; overladen; overvoeren…
hoop, hoopvolle verwachting
vervallen tot-; op het goede pad stappen