décommandent
afbellen,afzeggen {van een afspraak}
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
afbellen,afzeggen {van een afspraak}
met een buikje
vluchteling, vluchtend; ontduiker;…
medelijden; genade; zegen;…
oplichten; verheffen; verhogen,…
lager maken, zachter maken; verminderen,…
snijden, schillen; wegsnijden, vormen;…
harpoen
onderdrukken; benauwen
opblazen; vergroten; zich opblazen;…