augmenterai
vergroten; vermeerderen
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
vergroten; vermeerderen
opengaan, zich openen, loskomen, vrijuit…
houder; eigenaar
verzekeren; kalmeren
bandrecorder
opstapelen; ophopen
gras; grasveld; hasjiesj (in spreektaal)
pacht, huur, onderhuur
afsponsen; weg-, uit-, afwissen, wissen,…
graderen; cijfer geven; rangschikken;…