parcourus
reizen, tocht maken
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
reizen, tocht maken
protesteren, iem. onderhouden over
knapperen, knetteren
aankleden; opladen; voorwenden, aannemen
een lijst opstellen; noteren; slagzij…
grote steen, megaliet…
overhalen (ook tot misdrijf-tot…
op het slechte pad brengen, zedeloos…
plooiing
vreselijk lijden, gemarteld worden, zich pijnigen (ook “agonize”)