cloisonnement
scheiding; afscheiding; afsluiting
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
scheiding; afscheiding; afsluiting
donderen, fulmineren; heftig uitvaren…
onderscheiden; onderscheid maken
zich nestelen; (lekker onder de dekens)…
verdommen, vervloeken; afkraken
binden; verplichten; zich houden aan
omwerken, herschrijven
sekte, gezindte
dun, doorzichtig; ragfijn; wazig;…
stoppen; aarzelen, twijfelen