implantais
wonen, inwonen; logeren; overnachten;…
Nederlandstalige uitleg voor Franse woorden.
wonen, inwonen; logeren; overnachten;…
trouwen; in het huwelijk treden met;…
waden; plassen, ploeteren, door water…
genezend, heilzaam
vernederen; munt vervalsen
baan (v. projectiel)
(rond)draaiend, draai-, rotatie-
relikwie, reliek; overblijfsel;…
scholen, bekwamen; bevoegd zijn; aan de…
medaille